Omwille van een staking bij De Belgische Post, zullen de postbodes drie dagen geen kranten bedelen. Benieuwd of ik volgende week in mijn bus een dagblad zal vinden, bezorgd door het eigen distributienet van de uitgevers die zo de gevolgen van de staking voor de abonnees willen beperken.
Van thuis uit ben ik een lezer van De Standaard, al lees ik in het weekend graag ook De Tijd en De Morgen, en met enige vertraging ook Knack. Ik heb het ooit in mijn hoofd gehaald om een lezersbrief te sturen naar De Standaard. Ik was begin de twintig, studeerde rechten en zat in de scoutsleiding. Er waren toen twee rechterlijke uitspraken gevallen waarover in de pers werd bericht en hun uitkomst leek mij moeilijk verzoenbaar. De ontvoerders van een zoon van een bekende industrieel waren veroordeeld tot levenslange effectieve celstraffen. Dat was voorpaginanieuws. Rond diezelfde tijd stond in de katern binnenland een artikel over een dronken chauffeur die twee meisjes had doodgereden en er van af kwam met zes maanden. Voorwaardelijk wel te verstaan. Het leek bijna een fait divers, in vergelijking met de grote ontvoeringszaak.
Het ene leed is natuurlijk niet te vergelijken met het andere, maar toch. Het verschil in strafmaat wrong bij mij. Ik stelde een brief op om daar vraagtekens bij te plaatsen en zond die naar de redactie, toen nog per fax. Tot mijn verwondering werd hij ook gepubliceerd. Jaren later zat ik met collega’s van het advocatenkantoor in een restaurant. Eén van de vennoten was op het eerste gezicht een vrij gesloten man, maar als je hem wat beter leerde kennen, bleek het een mens te zijn met een ongeëvenaard gevoel voor humor. Zijn juridische kennis was bijna encyclopedisch en zijn medewerkers staken er enorm veel van op. Het was een briljante verteller, in vier of vijf talen dan nog. Hij had een scherp gezicht en grijze haren, en al plagend noemden we hem onze éminence grise. Die middag in het restaurant sprak hij voor één van de eerste keren over het overlijden van zijn dochter. Ik werkte al een aantal jaar voor het kantoor en wist zoals iedereen wel af van die ellendige gebeurtenis in zijn leven, al durfde niemand het onderwerp aansnijden. Maar in dat Brusselse restaurant aan de Kortenberglaan kwamen de tongen los. Hij vertelde dat zijn dochter met de scoutsgroep op weekend was aan zee. De kinderen en begeleiders staken de weg over, en zij en haar vriendinnetje werden neergemaaid door een dronken bestuurder. Ik sprak hem aan over mijn lezersbrief die ik in die periode had verstuurd in een zeer gelijklopende zaak. Toen we de data en verdere gegevens naast elkaar legden bleek dat onze beide verhalen over dezelfde mensen gingen, zijn dochter en haar vriendinnetje. Het is natuurlijk een bijzonder toeval, en mijn rol in dat verhaal was beperkt tot een fax en dus eigenlijk futiel, maar het schiep een bepaalde band tussen ons. Er was hem een onnoemelijk leed aangedaan, en ik had daar toen bij de berichtgeving over die twee vonnissen mijn vragen bij. Na haar overlijden, richtte hij een vereniging voor ouders van verongelukte kinderen op. Die vereniging brengt ook vandaag nog familieleden samen van jongeren die in het verkeer omkomen. En hij heeft zich sindsdien onafgebroken ingezet voor verkeersveiligheid. Hij sleepte zelfs een nominatie voor Castar van het jaar op Canvas in de wacht. Hij is er in geslaagd deze zware tegenslag in zijn leven om te zetten in iets positiefs. Door zijn humoristische en integere persoonlijkheid blijft hij een inspirator voor zijn medewerkers, ook al heeft hij ondertussen nieuwe professionele oorden opgezocht. Toen vorige week uit de statistieken bleek dat het aantal verkeersslachtoffers in ons land daalt, dacht ik vanzelfsprekend aan hem terug. Als volgende week de krant opnieuw in mijn bus valt, wil ik kunnen lezen dat de overheid er alles aan doet om die dalende trend te bevestigen. Daar heeft deze samenleving recht op, en die voormalige vennoot en mensen in zijn situatie nog het meest. www.ovk.be |
05-03-2009, 20:43:07
Lezersbrieven, wat is het nut ervan? Je behaalt er slechts zelden het gewenste effect mee… En toch doen we het omdat het een manier is om ons ongenoegen te uiten. Ook al ontvangt de krant tientallen lezersbrieven van deze aard, er zal niets veranderen aan de strafmaat van de daders noch aan de situatie van de familie van het slachtoffer. En toch, de jouwe was volgens mij niet futiel, zoals jij het verwoordt, het heeft immers een band tussen jullie beiden gecreëerd. En wie weet heeft die conversatie in dat restaurant er ook wel voor gezorgd dat al die initiatieven van de 'éminence grise' ook effectief het daglicht zagen.
Eva